Lied voor Kaart en Billard Club “Steeds Beter”

Geschreven op een stuk behangpapier (datum onbekend) Cafe De Grolsche Herberghe
J.H. van Ernst – Markt 12 Telefoon K 8370-2206 Wageningen

Lied voor Kaart en Billard Club
“Steeds Beter”
In de Grolsche Harberge
Te Wageningen

Woorden van het Boertie uut de Nuu

1
Op de Markt bij de Kerk, staat een aardig cafe
Grolsche Harberge is haar naam.
Het is er knusjes, je ziek alles gaan
Wanneer je er zit voor het raam.
Een billard, goed verzorgd staat er keurig en net
Dat lokt ieder voor een partij.
Een tafel voor velen, die kaart willen spelen.
In d’hoek nog een prachtig buffet.

2
De Biljartclub “Steeds Beter” met voorzitter Mol
Zij zetten dit feestje op touw.
Onderstal Secretaris, keek lachend hem aan
En zei toen; Ik hou wel van lol,
En van Ernst keek naar Keuken, en Keuken naar Ernst,
Die twee dachten toen aan de kas.
Het kwam op z’n poten, en ras werd besloten
Om op t’maken wat er in was.

3
’t Oudste lid, onze Steven, hij is zeer gezien
Vooral in pandoer, klaverjas.
Een slechte verliezer, dat gaat niemand aan
Hij voelt zich altijd in z’n sas
Met z’n Schoonzoon, z’n Keesje “De Meneer van de club”
Vermaken zij samen de zaak
Als die 2 plezieren, en samen feestvieren,
Dan kijken ze niet op een knaak.

4
Jan Terschegget, speelt rustig, en vind het heel best
Als ie lachende derde is.
‘n Rijkie, de Kelner, ook hij weet het goed
Dat ie leelijk de zakkende is
Ook van Eden, staat hier als de purk goed bekend
Als stille kaarten, hier van het span.
Als Mol snert gaat eten, dan blijft ie maar vreten
En zeft: breng me nog maar een pan.

5
Vrijdags ’s avonds, dan speelt men, en is er een prijs
Weet ’n ieder wanneer men begint.
Hoe of ze ook spelen, of wat ze ook doen
Dat v Brakel de sig’retten wel wint.
En de Baas van de Harbarg, die speelt ook zo slecht
Geeft liever een rondje van vier.
Heeft maling aan zorgen, denkt heusch niet aan morgen
En leeft altijd voor z’n pleizier.

6
Maar ik ben nu gelukkig, aan ’t eind van m’n lied
Maar toch moet er iets van m’n hart,
Wie d’haver verdiend krijgt ze meestal toch niet.
Dus neem ik de laatste apart,
Want wie zorgde dee’z avond voor koffie, gebak,
Voor zoutjes, voor zuur en gehakt.
Beloon deze Vrouwe, die steeds maar bleef sjouwen
Met ’n hartelijk luid handgeklap.

REFREIN VOOR ALLE COUPLETTEN.

Cheerio, cheerio, in d’Harberge groeten we zó
Dat is voor ons allen het Grolsch Stamcafe, De Waard en Waardin leven steeds met ons mee
Maar vandaag zijn de zorgen gedaan, Wij vieren ons jaarlijks bestaan.
Wij dansen en Zingen, we juichen en springen. Tot ’t klokje van 2 ons laat gaan.

Door: Wim Wildschut

Beatband Les Souris

In 1965 zaten er op de Technische school enkele buurtjongens van de omgeving Julianastraat en die wilden graag een band beginnen.
Op school zat ondergetekende in de klas bij Roel Vermeer en werd gevraagd om ook in die band te spelen en zo ontstond Les Souris met als bandleden Tonnie Scheffer – Drums, Roel Vermeer – Zang, Peet Hendriksen – Gitaar, Piet Verwoert – Gitaar/Bas en Cas Wolve – Gitaar/Bas.
Ikzelf was de jongste van het stel en mocht nog niet altijd mee van mijn vader omdat het dan soms te laat werd.

Later werd Walter Droop onze manager en chauffeur en die kon mijn vader overhalen zodat ik mee kon en er volgden zelfs nog meer optredens in het land.
Uiteraard waren er ook weleens problemen en zo gebeurde het dat Piet de band verliet en wij met 4 man overbleven.
Hiermee hebben we nog wel de 1e prijs gewonnen in een bandjes wedstrijd in Tuindorp met de geleende installatie van de Jargoons, een andere band uit Wageningen en in de jury zat o.a. Loek v.d. Leeden.
Wij konden oefenen in de plaatselijke buurthuizen zoals ‘t Trefpunt en het Wijkhuis en traden daar dan ook regelmatig op.

In het begin had ik een klassieke gitaar en later werd hier een element ingebouwd.
Sommige bandleden hadden toen al redelijke instrumenten die soms werden aangeschaft met bijdrage van alle broers en zussen.

Het tekort aan instrumenten bestaat niet meer sinds wij in 1984 een muziekwinkel zijn gestart in Wageningen en tegenwoordig op de Maanderweg 48 in Ede.

Na het overlijden van Tonnie Scheffer en nog enkele andere muzikanten uit die tijd vond ik het tijd om een reunie te houden van de bandjes uit die tijd.
Dit heeft inmiddels al 5 x plaatsgevonden en bij de 5e keer deed Kaz Lux (Brainbox) ook mee

Door: Cas Wolve

Misschien is er tijdens dit 750 jubileumjaar nog wel een gelegenheid waar de band kan optreden eventueel met andere muzikanten uit deze tijd.

Wageningse bandjes in de jaren 80

Het Wagenings Stadsjournaal maakte in de 80′er jaren diverse videoclips voor Wageningse bandjes. In 1989 werden de Trixies vastgelegd met het nummer Crisis. Een nummer dat ook in deze tijd goed kan gaan scoren. De opnames zijn onder andere gemaakt in het Wageningse Binnenveld en in de Blauwe Kamer. Of de band nog bestaat? Wie het weet mag het zeggen!

Door: Wagenings Stadsjournaal

Dolf

Ooit kleurde Dolf het straatbeeld. Voor mij was hij Dolf, hoewel ik nooit met hem heb gesproken. Voor anderen was hij de Vogelman of de Poppenman. In 1999 overleed hij.
In mijn herinnering liep hij altijd in een lange bontjas en had hij een woeste baard. Hij leek met wakkere en zachte blik de wereld in te kijken vanachter zijn grote brilmontuur, maar wat hij werkelijk zag, ik heb geen idee.
Er zijn vast mensen die meer weten over zijn achtergrond en misschien willen ze hun herinneringen hier delen.
Ik heb de indruk dat paradijsvogels als Dolf schaars zijn geworden in ons gereguleerde land. Destijds werd zijn onderkomen gedoogd in het verwilderde plantsoentje van de Gerdesstraat, geruggesteund door de achtergevel van de katholieke kerk. Hij huisde er in een soort aarden iglo (of was het een rioolbuis?)die hij decoreerde met planten, al dan niet van plastic.
Toen ik in 1997 op Corsica met vakantie was, kwam zomaar ineens Dolf in mijn gedachten en schreef ik het volgende gedicht:

Dolf

Mieren op het bergpad
versieren nijver
de ingang van het nest
met bloemblaadjes.
En ik denk aan Dolf,
aan zijn versierde entree.
Een fleurig welkom
voor bezoekers
die nooit komen.

Door: Annie van Gansewinkel

 

De man met de rooie pet

Aan de bar in Terminus zat ik heel lang geleden te praten met Ries. U kent hem nog wel. Hij woonde in Rustenburg en reed vaak buiten in een elektrische kar, met vóór in zijn mandje zijn hondje. We zaten na te praten over mijn optreden in Rustenburg met een programma over vroeger. Aan de hand van oude beroepen zoals de tonnetjesman met de “Boldootwagen”, de porder en de kolenboer had ik het ook over de kwitantieloper gehad. De man in leren jas en dikke handschoenen die met zijn leren schoudertas meestal op de fiets de huizen langs ging. Hij moest daar geld ophalen voor de huur, maar ook het geld voor het “dooienfonds”. Er gonsde een “Oh ja” door het publiek.
Maar daar in het café was Ries aan de beurt met het vervolg: “Ja, maar wat nog erger was: soms konden de mensen niet betalen, en dan kwam in Wageningen “de man met de rooie pet” langs. En dan wist iedereen dat je schulden had”. Toen zuchtte hij en nam een slok van zijn borreltje.

Door: Anneke Rot