Dirk Vreedebank

Dirk Vreede werd geboren op 12 mei 1819 in Den Haag, hij was de zoon van Cornelius Vreede en Dorothea Beatrix Diderica Bouman.

Hij trouwde op 7 juni 1844 in Heusden met Sara Adriana van Baak, geboren op 3 mei 1820 te Heusden.
Het echtpaar Vreede-van Baak vertrok naar Nederlands Oost Indië waar Dirk werkzaam was als tabakscontractant en waar hun drie zonen werden geboren.
Op 21 maart 1850 overleed Sara Adriana van Baak in Ngladjoe, Rembang.
Dirk Vreede vertrok in 1852 met zijn drie zonen naar Nederland.

Op 2 februari 1853 trouwde Dirk Vreede in Wageningen met Anna Elisabeth de Voogt geboren te Wageningen op 21 januari 1822, telg uit een Wageningse tabaksfamilie. Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren.
In 1855 gaf Dirk Vreede opdracht tot de bouw van een grote buitenplaats aan de toenmalige Arnhemsche Bovenweg op de Wageningse Berg. De eerste steen werd gelegd op 12 mei 1855, het huis kreeg de naam Ngladjoe (Hinkeloord).
In december 1872 werd de buitenplaats Ngladjoe verkocht en het gezin Vreede vestigde zich aan de Hoogstraat in Wageningen.

Dirk Vreede bekleedde in Wageningen vele maatschappelijke en kerkelijke functies. Op 12 mei 1874 werd hij lid van de Wageningse gemeenteraad en op 7 september 1875 volgde zijn verkiezing tot wethouder.
Wethouder Dirk Vreede overleed op 18 november 1886 in Wageningen.
Na zijn dood werd een commissie van drieëntwintig ingezetenen gevormd om te komen tot een blijvend aandenken in de vorm van een ‘artistieke’ bank.
De stenen bank werd ontworpen door J. Goossen en geplaatst in het Noorderplantsoen.
Op 23 juni 1887 vond de onthulling plaats en burgemeester mr. H.J. Wunder sprak na de symbolische overdracht de dichterlijke woorden:

‘Onthoudt U van geweld aan deze bank te plegen,
Die eenmaal voor een vriend, de burger uwer stad,
Door arm en rijk, zijn herinnering ten zegen,
Gesticht werd op deez plek, waar hij zo gaarne zat’.

Dirk Vreedebank sinds 1979Bij de aanleg van Het Plantsoen in 1969 verdween het fraaie Noorderplantsoen en werd de bank gesloopt. Alleen de zijstukken bleven bewaard.
Dankzij de activiteiten van de heren Jan J. de Goede en F. Verwoerd van de historische vereniging Oud-Wageningen en de gemeente Wageningen, die de kosten voor haar rekening nam, werd de bank in 1979 hersteld en kreeg weer een plaats in het plantsoen aan de noordzijde van Junushoff.

Bronnen:

‘Wageningse avonden’ A.G. Steenbergen
OW december 1986, A.G. Steenbergen
100 jaar geleden overleed Dirk Vreede
Haags gemeentearchief
Gemeentearchief Wageningen

Door: HMBitter

 

Hotel de Wageningsche Berg

Op 21 mei 1874 werd hotel De Wageningse Berg feestelijk geopend. Het hotel werd gebouwd op één van de mooiste punten van de Bergrand met uitzicht op de Rijn en de Betuwe.
In 1910 werd het hotel door blikseminslag verwoest en opnieuw opgebouwd.

Na de bominslag op 26 maart 1943 in het Roode Dorp werd een gedeelte van het hotel ingericht als noodziekenhuis voor de opvang van de slachtoffers. Dit noodziekenhuis kreeg de naam ‘Waterland’.

Op 24 april 1943 bood het hotel onderdak aan tachtig bewoners en personeelsleden van de Prins Hendrik Stichting uit Egmond aan Zee. Eind januari 1944 moesten deze tijdelijke bewoners vertrekken, de Duitse bezetter eiste het hotel op.
Op 27 september 1944 werd het hotel vanuit de Betuwe door de geallieerden in brand geschoten.

In het kader van het *Marshallplan werd het hotel herbouwd en in 1954 heropend. De architect was Jan Wils.
In 1970 nam de verzekeringsmaatschappij Amev het hotel over en maakte er een conferentieoord van. In 1982 werd het conferentieoord uitgebreid met nieuwbouw in de vorm van een vierkant blok aan de oostzijde.
In 2001 kreeg het conferentieoord weer de bestemming hotel en restaurant.
In de tweede helft van 2012 is hotel De Wageningse Berg gesloopt.
De officiële start van de nieuwbouw is op 6 december 2012, de planning is dat het nieuwe hotel in het derde kwartaal van 2013 wordt geopend.

* Het Marshallplan was een omvangrijk materieel hulpplan, dat op initiatief van de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse zaken George C. Marshall drie jaar na de Tweede Wereldoorlog in werking trad

Door: wageningen1940-1945.nl

Verweerschrift van de Stadsgracht

Ik zat te zoeken in de Wageningsche Courant van 1913, toen ik op 5 November 1913 niet alleen een artikel zag over de vervuiling van de stadsgracht door industrie en bevolking, maar ook dit ingezonden gedicht, dat ik U niet wil onthouden.

Verweerschrift van de Stadsgracht tegen de beschuldiging van Stinken

‘t Vuil, door de burgers mij gegeven,
Vergaar ik naarstig in mijn schoot,
Ik wek daaruit gezellig leven,
Bacteriën, microben zweven
Heel knusjes in mijn zwarten schoot.

Wanneer de burgerij mij voedt
Met vuiligheden-overvloed,
Is dan mijn plicht niet, dat ik flink
De boel verwerk, diensvolgens …… stink?

Mijn smaad kan ik niet meer verbijten,
Wat wil men mij nu toch verwijten?
Mijn onverwrikbaar plichtsbesef,
Waarop ik stinkend mij verhef?

Ai, laat mij rustig toch begaan,
Mijn drabbig, borr’lend werk bestaan,
Mysterieus zwart, vol van slik,
Zoo stink ik tot mijn jongsten snik.
V.

Dan is er in 100 jaar toch veel bereikt!

Door: Kees Merkx

 

Pieter Pauw

Pieter Pauw en het ziekenhuis.

Pieter Pauw werd op 7 september 1859 in Purmerend geboren.
Vanaf 1894 was Pieter Pauw gemeenteraadslid en in 1902 wethouder in Zaandam.
Tijdens zijn ambtsperiode kreeg Zaandam een ziekenbarak en werd de eerste schoolarts aangesteld.
Pieter Pauw was een fel bestrijder van kinderarbeid, tevens werkte hij aan de verbetering van de arbeidsvoorwaarden voor gemeentewerklieden en stichtte een tehuis voor bootwerkers.

Zijn slechte gezondheid dwong hem te stoppen met zijn werkzaamheden en hij vestigde zich op 23 december 1907 in Wageningen in de villa Over Betuwe aan de Rijksstraatweg.
Pieter Pauw overleed op 14 december 1908 in Wageningen, 49 jaar oud.
Hij werd in Edam begraven.
Zijn weduwe Elisabeth Margaretha Jacoba Pont verhuisde na zijn overlijden naar Amsterdam.

In 1911 schonk mevr. E. M. J. Pauw- Pont haar villa Over Betuwe met erf en toebehoren aan de gemeente Wageningen om deze te gebruiken ten behoeve van de nieuw op te richten: ‘Pieter Pauw Stichting Ziekenzorg’. Op 7 mei 1912 werd het ziekenhuis ‘Ziekenzorg’ aan de Rijksstraatweg geopend. Deze naam was op verzoek van mevr. Pauw.
Vanaf 1950 waren er plannen om de oude villa te verbouwen tot een modern ziekenhuis. Op 14 januari 1958 volgde de officiële (her)opening.

In 1974 werd op de ‘berg’ een nieuw ziekenhuis in gebruik genomen, het Pieter Pauw ziekenhuis.
Na de fusie op 1 juli 1987 van de ziekenhuizen Ede, Bennekom en Wageningen, ontstond in januari 1990 de naam Stichting Ziekenhuisvoorzieningen Gelderse Vallei waarbij ook het Julianaziekenhuis van Veenendaal zich aansloot. De naam Pieter Pauw ziekenhuis verdween. In Ede werd het nieuwe regionale ziekenhuis De Gelderse Vallei gebouwd. Op 26 september 2000 werden de patiënten van de vier ziekenhuizen overgebracht naar het nieuwe ziekenhuis.
In 2008 werd begonnen met de sloop van het voormalige Pieter Pauw ziekenhuis in Wageningen.

Gelijk met de opening in 1974 van het Pieter Pauw ziekenhuis werd, in hetzelfde gebouw, het verpleeghuis voor geriatrisch-psychiatrische patiënten De Pauwenhof geopend. In 1987 werd De Pauwenhof een zelfstandige stichting.
In 2003 verhuisde De Pauwenhof naar de nieuwbouw aan de Costerweg en werd de naam veranderd in stichting PIETER PAUW.

Door: HMBitter

Het Monument voor de Gevallenen

De geschiedenis

Begin mei 1946 werd aan de Nieuwe weg door een zestal leden van De Gemeenschap Oud Illegale Werkers (GOIW) een eenvoudig houten kruis opgericht ter nagedachtenis aan alle tijdens de oorlog omgekomen Wageningse inwoners.
Deze plek was uit praktische overwegingen gekozen even buiten de binnenstad bij een kruispunt en dus goed zichtbaar. In de binnenstad was geen goede plaats beschikbaar, de opbouwwerkzaamheden waren in volle gang.

Uit een brief van de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, blijkt dat bij Koninklijk besluit van 15 oktober 1945, hetwelk vaststelt dat het oprichten, plaatsen of aanbrengen van oorlog- of vredesgedenktekens op de openbare of van de openbare weg af zichtbaar plaatsen slechts is geoorloofd na goedkeuring van het ontwerp door de Minister.

Burgemeester en wethouders berichten de minister dat het slechts een tijdelijk monumentje is. Maar wat is tijdelijk?

Op 15 september 1952 stelde Burgemeester en wethouders, de Raad der gemeente in kennis van het volgende voorstel:
Het Comité tot oprichting van het Bevrijdingsmonument had na de afrekening van dat monument nog een klein saldo aan geldmiddelen dat het Comité zou willen gebruiken om het monumentje enigszins te verfraaien en een meer duurzaam karakter te geven.
De kosten van de materialen werden door het Comité gedragen en het werk werd door gemeentepersoneel uitgevoerd.
De dienst gemeentewerken vervaardigde het ontwerp.
Op 17 september 1952 had de Raad zich verenigd met het voorstel.

Het ongeverfde houten kruis werd vervangen door een wit kruis, staande op een bordes voor een halfronde stenen muur met aan weerszijden bakstenen bloembakken.
Het monumentje was monument geworden.
Een wandelpad met bankjes maakten het geheel tot een plek van herdenken en gedenken.

Door het verleggen van de Nieuwe weg is het wandelpad verdwenen, voor het monument bevindt zich nu nog een klein grasveld. Wat ook verdween, de traptreden van het monument!

Bronnen:

Archief gemeente Wageningen
Meer informatie over oorlogsmonumenten en Gedenkstenen in Wageningen zie: Wageningen1940-1945