Muurreclame Hoogstraat

Op de hoek van de Molenstraat en de Hoogstraat in Wageningen zijn sinds 2012 de muurreclames te zien die zich daar een eeuw geleden bevonden.

Jarenlang was de oorspronkelijke muurreclame verborgen achter een pleisterlaag. Door de vervanging van deze muur dreigde het oorspronkelijke straatbeeld verloren te gaan. Op initiatief van bouwhistoricus Bart van Aller is de oude reclame minutieus gedocumenteerd en opnieuw aangebracht.

Uit de publicatie ‘Tekens aan de wand’ een passage uit Van Aller’s tekst:

Buiten de beperkte reclame in de krant ontstond rond 1900 de buitenreclame, een beproefd middel om een winkel of bedrijf aan te prijzen. Het maken van muurreclames werd een groot werkgebied waarvoor zelfs gespecialiseerde reclameschilders, opleidingen en boeken met voorbeeldletters bestonden. Tussen 1900 en 1940 bereikte de geschilderde reclame zijn hoogtepunt.Helaas is het aantal geschilderde buitenreclames de afgelopen jaren in Nederland sterk afgenomen. Vaak ook werden ze gewoon overgeschilderd, waardoor ze juist goed geconserveerd werden!

Begin 20e eeuw zat hier de zaak van S.W Laarhuis “Au Louvre”, magazijn van glas- en aardewerk en bovenal met “Steeds de nieuwste Souvenirs”. Misschien zit deze tekst er ook nog onder. Waarschijnlijk is het initiatief om op deze muur vlakken te gaan verhurende heer Laarhuis zelf gekomen.

Vanaf deze plek zijn ook een aantal fraai herstelde historische winkelgevels te zien, w. o. die van Hotel Oranje

Meer: 
Historische muurreclame Wageningen weer te zien

 

Tichelgaten in de Wageningse uiterwaarden

Onderaan de Westbergweg vind je een heel reliefrijk uiterwaardengebied.

In de zomermaanden is het niet erg zichtbaar door de vele opgaande begroeiing maar zodra de herfst haar intrede doet zie je allerlei hogere en lagere heuveltjes met daar tussen, als het water hoog staat, plassen in verschillende vormen. Het is een typisch verschijnsel dat zich veel voordoet in gebieden waar steenfabrieken stonden. Door de winning van klei ontstonden allerlei gaten. Afhankelijk waar de klei voor werd gebruikt spreken we van tichelgaten of kleiputten.

Een kleiput of een tichelgat?

De namen worden veel door elkaar gebruikt. Als je kijkt naar de ontstaansgeschiedenis is er toch sprake van een verschil. Wordt de klei gebruikt voor het herstel, ophogen of onderhoud van winterdijken dan noemen we de gaten kleiputten. Wordt de klei echter gebruikt in steenfabrieken dan spreken we van tichelgaten. Het woord tichel is afgeleid van het Latijnse woord tegula wat dakpan betekent. De afgravingen in Wageningen stammen uit de 60’er jaren van de vorige eeuw toen er nog veel steenfabrieken stonden.

Door al deze afgravingen bleven er in de uiterwaarden allerlei verschillend gevormde diepe en ondiepe met water gevulde gaten achter waar zich in de tijd hele interessante biotopen voor allerlei planten en dieren hebben ontwikkeld.

Eendenkooi Binnenveld

Midden in het Binnenveld ligt een bosje langs de Grift. Als je er langs fietst valt het niet op, pas vanuit de lucht wordt de vorm van een eendenkooi zichtbaar.

Een eendenkooi bestaat uit een plas waar enkele smalle sloten op uitkwamen. In deze vangpijpen, voorzien van rietschermen, kunnen eenden gelokt worden. Om overvliegende eenden te lokken hield de beheerder op de kooiplas een aantal gekortwiekte ‘staleenden’ die hij dagelijks voerde. Die waren gewend aan de kooiker met zijn kooikerhond.

Het geheel van kooiplas en vangpijpen is omgeven door het kooibos. Vaak zijn in deze bossen hakhout en knotbomen te vinden. Eendenkooien zijn vaak omgeven door een sloot en soms is er nog een kooikerhuisje aanwezig. Eendenkooien zijn typisch Nederlandse elementen, ontstaan in de late middeleeuwen. De kooien werden in voorgaande eeuwen aangelegd om wilde eenden te vangen voor consumptie.

Vroeger waren er in het Binnenveld meerdere eendenkooien: op een kaart uit 1655 zijn twee andere ‘vogelkoijen’ ingetekend.

De Grift waar de eendenkooi aan ligt, is een oud kanaal dat al in de 15e eeuw in opdracht van Bisschop David van Utrecht is gegraven. Voluit heet dit water dan ook de ‘Bisschop Davidsgrift’. De belangrijkste reden om het te graven was de turfwinning.

Meer:

Nieuwe Natuur in het Binnenveld / Gelderse Vallei 
Natuurontwikkeling in het Binnenveld

Molen de Vlijt

Aan de Harnjesweg in Wageningen staat al meer dan 100 jaar molen De Vlijt (1879). et is een stellingmolen of hoge windmolen. De molen staat op een hoge stenen voet want anders zou hij in de bebouwde kom te weinig wind vangen.

Door gebruik te maken van de wind wordt de maalsteen in beweging gebracht. Voor het malen van het graan zijn twee stenen nodig. De onderste steen, de ligger, ligt vast en de bovenste steen de maalsteen, ook wel de loper genoemd, draait rond. Het graan wordt zo vermalen tussen de twee grote molenstenen. Molenstenen kunnen wel meer dan 1000 kg wegen.

De molen heeft een geschiedenis met ups en downs gekend. In de begin jaren werden er voornamelijk granen gemalen die dienst deden als veevoer. Er kwamen steeds minder boeren en noodgedwongen moest er worden omgezien naar andere inkomsten. In de oorlog werd de molen flink beschadigd maar in de jaren daarna toch weer opgebouwd. In 1972 kocht de gemeente Wageningen de molen en werd er na verloop van tijd met Hans Dobbe een gepassioneerd molenaar aangetrokken. In een tijdspanne van meer dan 30 jaar zette hij de molen en het ambacht van molenaar weer stevig op de kaart. De Wageningse molen is inmiddels een van de grotere ambachtelijk molenbedrijven in Nederland waar uitsluitend biologisch geteelde granen worden gemalen.

Meer: 
Molen de Vlijt
Molenmarkt 

Laboratorium voor Tuinbouwplantenteelt

Hergebruik dient niet alleen een economisch belang

De jonge architect C. J. Blaauw (1885-1947) ontwierp drie laboratoria in Wageningen waarvan zich er twee op de Wageningse berg bevinden. Het Microbiologisch Laboratorium en het Laboratorium voor Plantenfysiologie (Schip van Blaauw) zijn in 1922 gerealiseerd in een voor die tijd spraakmakende architectuur en hoge kosten.
Het Laboratorium voor Tuinbouwplantenteelt (Haagsteeg 4) zou een jaar later in (1923) in een versoberde, zakelijkere vorm worden uitgevoerd wegens overschreden bouwkosten van de twee voorgangers.

Opmerkelijk aan de gebouwen is het met name voor onderwijsgebouwen afwijkende, op plasticiteit en decoratieve vormgeving gerichte uiterlijk. Daarbij is gebruik gemaakt van verschillende materialen als hout en kalksteen, waarbij in de expressieve vormgeving duidelijk estethische kwaliteiten op de voorgrond treden.

Binnen de rijke vormentaal van de Amsterdamse schoolstijl is vervolgens de (veelal expressieve) toepassing van baksteen kenmerkend, het horizontale karakter (gekoppelde ramen met zwaar uitgevoerde dorpels) met speelse verdelingen van diverse elementen over de gevels onder forse dakoverstekken, de brede opzet en sierlijke paraboolvormige bogen gecombineerd met gevelbeelden. 
Deze zijn van de hand van Johan Polet (1894-1971), die voor veel gevelbeelden aan Amsterdamse schoolgebouwen in hout of steen, verantwoordelijk is geweest.

De oorspronkelijk tuin werd ontworpen door de beoemde tuinarchitect L. Springer. Aan de achterzijde is nog steeds een pad zichtbaar dat langs door de nieuwe woonwijk voert. De aanleg valt niet onder de rijksbescherming door de te geringe mate waarin deze bewaard is gebleven.

De Vakgroep Tuinbouwplantenteelt verruilt in 1950 het oude pand voor een mooi nieuw ingericht laboratorium gesitueerd achter het oude gebouw. Thans is in dat laboratorium sportinstituut de Plataan gevestigd. Vanaf de vijftiger jaren zetelde de vakgroep Veevoeding ( later de Leerstoelgroep Diervoeding) in het oude laboratoriumgebouw aan de Haagsteeg.

Sinds het vertrek naar Zodiac in 1997 is het gebouw in gebruik als bedrijfsverzamelgebouw voor meerdere bedrijven: “Hergebruik dient niet alleen een economisch belang. Ook is het vaak een goed middel om het monument in goede staat te behouden en indien nodig te restaureren”
Meer informatie www.amsterdamseschoolwageningen.nl