O Junushoff, o Junushoff

O Junushoff, o Junushoff

In het park Junus Hof werd in 1880 geopend ‘een gebouw voor winter- en zomersociëteit, concerten, comedie, talrijke bijeenkomsten en openbare vermakelijkheden’.

O Junushoff, O Junushoff

De ligging van het gebouw, richting de gracht, zou goed te maken kunnen hebben met het feit dat op datzelfde moment aan de overkant van de gracht het kloppend hart van de Rijkslandbouwschool begon te ontstaan. In 1880 – zo zou je kunnen zeggen – was Duivendaal wat nu De Born is. De proefboerderij en het museum voor landbouwwerktuigen kwamen gelijk met de Junushoff gereed en het internaat – het gebouw met het torentje, waar nu Idealis zit – stond in de steigers. Kort na de opening van Junushoff zou Duivendaal met een ijzeren bruggetje met de stad worden verbonden. Omlopen was niet meer nodig. Ook fijn voor de studenten in het internaat, die hun colleges hadden in het Bassecour.

Bij de ingang, zo verhaalt de historie, was een tekst aangebracht, gedicht door een ongetwijfeld oppassend docent van de nog jonge landbouwschool die luidde:

O Junushoff, O Junushoff,
Wat zijt gij schoon gelegen
In ’t groen ligt ge in de zomertijd
Aan ’t ijs wanneer men schaatsen rijdt
O Junushoff, O Junushoff
Wat zijt gij schoon gelegen

De burgemeester opende het bal

Eigenlijk was de nieuwe Junushoff een joekel van een gebouw dat daar in 1880 werd neergezet. En dát terwijl het Wageningen van tóén slechts 6000 inwoners telde.

Dat wil overigens niet zeggen dat de zaal zo groot was als nu. Want er was sprake van drie zalen naast elkaar.

Aan de kant van de huidige ingang een foyer, een ontvangstruimte annex koffiehuis met terras. Aan die kant stond ook dwars op het pand een langgerekte kegelbaan, die voorbehouden was aan de leden van de sociëteit, de heren van stand. Voor hen was er aan de andere kant ook de sociëteitszaal. En verder was er sprake van een muziektent in de tuin en een kasteleinswoning.

Uit 1898 stamt een beschrijving van een lustrumfeest van Ceres, dat overigens een aantal jaren gevéstigd was geweest in de Junushoff. Er was die avond een optreden van ‘de komische toneelspeler Bigot, die de zaal een zeer vermakelijke avond wist te bezorgen’. Na de voorstelling haalde men alle stoelen weg en werd er geveegd. Dan opende de burgemeester het bal. In de loop van de avond was er een souper in de sociëteitszaal en tot slot danste men door tot in de kleine uurtjes. Opmerkelijk detail is dat toen tijdens zo’n feest de ouders van de studenten kritisch aanwezig waren of alles wel netjes ging. En het aanwezige balkon had dan een groot voordeel: daar kon je tijdens een feest onopgemerkt vrijen.

’s Winters was het afzien voor gasten én artiesten

Als er bal na was – en dat was er vaak – moesten dus eerst de stoelen aan de kant. Die moesten dan naar de foyer. Dan werd er geveegd – met een hoop stof tot gevolg – en tenslotte werd er parafine gestrooid om de vloer een beetje stroef te maken voor de dansers. Dat was niet ideaal. Een andere handicap was de kou. Weliswaar stonden er voor in de zaal twee potkachels, maar voor de meeste gasten was het ’s winters afzien. ‘De verwarming liet zeer te wensen over’ zo lezen we dan ook in de annalen van het Wagenings Studenten Orkest, ‘zózeer dat de instrumenten en de spelers veelal pas tegen de pauze op werktemperatuur kwamen’. Het geluid is het beste als de hele zaal gevuld is, ‘zo analyseerde een slimme klantenwerver in een Wageningsche Courant van 1925. ‘Op het publiek rust dus de heilige plicht om voor een uitmuntende akoestiek te zorgen door in grote getale dit concert te bezoeken’.

Het Gelders Orkest

De Junushoff is weliswaar in eigendom en onder beheer van sociëteit De Harmonie, met een eigen sociëteitszaal en kegelbaan, maar tekenend is dat het in Wageningen bekend komt te staan onder de neutralere benaming ‘Gebouw Junushoff’.

De sociëteit en de kastelein zorgen voor de programmering van de cultuur met een grote C. In die categorie valt bijvoorbeeld het eerste optreden in Junushoff – in 1890 – van ‘De Arnhemsche Orkestvereeniging’, later Het Gelders Orkest geheten. Dit orkest zou met een onderbreking in de vijftiger jaren bijna een eeuw lang in de Junushoff blijven terugkeren onder steevast grote belangstelling. En het orkest – of leden daarvan – was ook niet te beroerd om een soiree of een vauxhall in een feeëriek Junushoff-tuin te komen opluisteren.

Cultuur met bal na

Maar daarnaast begonnen de Wageningers zelf zich te roeren op het culturele vlak en optredens te verzorgen in de Junushoff. Zangvereniging Cecilia, het Gemengd Koor van meester De Wolf, het Wagenings Mannenkoor Crescendo, de Landbouw-Orchestvereniging. En begin negentiende eeuw volgen de Wageningse Studenten Toneel Vereniging (WSTV) in 1906. De Wageningse Dilettanten Toneel Vereening WDT in 1908. En het Wageningse Studenten Orkest van Van Uven en het Wagenings Studentenkoor in 1919.

Daarnaast begint mét de verzuiling ook het verenigingsleven in brede zin op te bloeien. Er ontstaan sportverenigingen, studentenverenigingen, liefdadigheidsverenigingen, arbeidersverenigingen en personeelsverenigingen. En allemaal hielden die jaarlijkse manifestaties met redevoeringen en liefs ook iets cultureels, en bal na. Samen hebben zij afgelopen eeuw in de Junushoff duizenden bonte-, toneel- en muziekavonden georganiseerd. Al was het alleen maar als legitimatie voor het bal na.

En tot slot waren er natuurlijk de ‘Bijzondere Gebeurtenissen’. Zo was de Rijkslandbouwschool voor haar plechtigheden   geheel aangewezen op de Junushoff. Pas in 1921 kwam er een aula, en dat was nog maar een houten hulp-aula op Duivendaal. Bij verkiezingen kwamen de landelijke voormannen in de Junushoff hun rede houden en ook voor de verjaardagen van burgemeester en koningin moest je in de Junushoff zijn.

Wordt vervolgd!

Ingekort deel 2 uit: feestrede door Leo Klep in mei 2005  ter gelegenheid van het 125 jarig bestaan van Junushoff.

deel 1

Plaats een reactie