LH-campus op de berg

Rond 1920 had de landbouwhogeschool het plan om zich op één plek te gaan concentreren: een campus op de Westberg, vanaf Hinkeloord tot en met de huidige Dreijen.

Dat plan had een paar overeenkomsten met het idee achter de huidige Born-campus. Ook toen meende men dat zo’n concentratie efficiënt zou zijn. Men zou de inefficiënte panden in de binnenstad af kunnen stoten en het zou de samenwerking tussen hoogleraren vergemakkelijken en de loopafstanden voor de studenten tussen de verschillende college- en practicumzalen beperken.

Op de tweede plaats lag de toen beoogde campus ook buiten de stad. In 1920 was men al wel aan het bouwen aan Nassauweg en Hinkeloordse weg, maar verder was de berg (op een enkele villa na) vrijwel onbebouwd.

De aanleiding tot het toenmalige campus-plan was dat de landbouwschool in 1918 een universitaire status had gekregen: het was een heuse Hogeschool geworden. Dat betekende dat er meer studenten zouden komen èn een nieuwe lading hoogleraren die baanbrekend wetenschappelijk onderzoek moesten gaan doen om de Nederlandse landbouw op te stuwen in de vaart der volkeren.

Eén zo’n nieuwe hoogleraar was Anton Hendrik Blaauw, die als hoogleraar zijn onderzoek moest doen in een donker en onhandig pand in de binnenstad, waar je al mocht lachen als de WC het weer eens deed. En dùs knokte Blaauw keihard voor een eigen laboratorium. Zó hard hij – en zijn collega Söhngen  –  rond 1924 als eersten een pand kregen op de nieuwe campus: het Schip van Blaauw en Microbiogie.

En toen was het op: de crisis diende zich aan, de overheid deed de hand op de knip, en het zou tot ver na de tweede wereldoorlog duren voor de LH weer iets bouwde op de berg.

Blaauw stelde indertijd veel eisen aan zijn laboratorium: hij wilde licht op het zuiden én licht op het noorden én licht van boven, en hij wilde de mogelijkheid om bepaalde constante temperaturen te kunnen handhaven (daarom heeft het pand veel kelderruimte). Hij heeft het allemaal gekregen. En hij heeft er ook wat mee gedaan! In betrekkelijke stilte heeft Blaauw op de berg de methode om bloembollen te ‘trekken’ geperfectioneerd. De mogelijkheid om door warmte- en koude-behandeling het bloeimoment van bolbloemen te beïnvloeden. Dit maakte het mogelijk om alle mogelijke klanten in de hele wereld op elk moment van het jaar van bloemenpracht te kunnen voorzien. Een onopvallende prestatie die de Nederlandse economie miljarden heeft opgeleverd. Alleen daarom al is dit pand een monumentenstatus waardig.

De opvolger van Blaauw heeft dat blijkbaar ook gevonden want hij is altijd heel kien geweest op het in een oorspronkelijke staat houden van dit naar latere maatstaven onhandige gebouw. Ook de huidige eigenaren koesteren het pand zoals het ooit was bedoeld.

Door: Leo Klep

 

Plaats een reactie