Dolf

Ooit kleurde Dolf het straatbeeld. Voor mij was hij Dolf, hoewel ik nooit met hem heb gesproken. Voor anderen was hij de Vogelman of de Poppenman. In 1999 overleed hij.
In mijn herinnering liep hij altijd in een lange bontjas en had hij een woeste baard. Hij leek met wakkere en zachte blik de wereld in te kijken vanachter zijn grote brilmontuur, maar wat hij werkelijk zag, ik heb geen idee.
Er zijn vast mensen die meer weten over zijn achtergrond en misschien willen ze hun herinneringen hier delen.
Ik heb de indruk dat paradijsvogels als Dolf schaars zijn geworden in ons gereguleerde land. Destijds werd zijn onderkomen gedoogd in het verwilderde plantsoentje van de Gerdesstraat, geruggesteund door de achtergevel van de katholieke kerk. Hij huisde er in een soort aarden iglo (of was het een rioolbuis?)die hij decoreerde met planten, al dan niet van plastic.
Toen ik in 1997 op Corsica met vakantie was, kwam zomaar ineens Dolf in mijn gedachten en schreef ik het volgende gedicht:

Dolf

Mieren op het bergpad
versieren nijver
de ingang van het nest
met bloemblaadjes.
En ik denk aan Dolf,
aan zijn versierde entree.
Een fleurig welkom
voor bezoekers
die nooit komen.

Door: Annie van Gansewinkel

 

8 gedachten over “Dolf”

  1. Je zal maar wonen aan de Laantje van het Schaap Veronica of het Laantje van de Veertien Uilen. Enige creativiteit kan de Wageningse straatnaamcommissie niet ontzegd worden, maar lokaal historisch besef wel. Wie aan de LH goed presteerde maakt een aardige kans om op de Wageningse plattegrond te verschijnen, maar de gevierde lokale helden waar misschien een krasje op zat hoefden nooit op zo’n gaaf straatnaambord te rekenen. De Henkie Haischsteeg, de Gerard Slotboomlaan of het Laantje van Dolf de Poppenman, niemand zal ooit naar deze straatnamen vragen.

    Kijk & Luister op http://www.waogeningseblaoge.nl/video/helden_int.wmv

    Beantwoorden
  2. De Blaoge hebben een punt, al is het voor mensen waar een krasje op zit/zat misschien toepasselijker om dan ook een straatnaamborden te maken met een kras erop.

    Beantwoorden
  3. Het kan zo twintig jaar geleden zijn dat we hem spraken. In een zijzaaltje van Junushoff werd een cultuuravond gehouden en Dolf liep rond tussen de tafeltjes mariabiscuitjes uit te delen onder het motto ‘kunst maakt hongerig’. Bij ons aan tafel vertelde hij dat zijn moeder operazangeres was geweest en in de oorlog was afgevoerd. Hijzelf was naar Wageningen gekomen om te studeren, maar hij had de oorlog niet van zich af kunnen zetten, en was gaandeweg geworden wie hij was.
    Hij heeft ooit ook eens een nieuwe bril gekregen van opticien Eikendal in de Bergstraat in ruil voor een advertentie in de Veluwepost of het universiteitsblad met een foto van Dolf met die bril. Misschien dat Eikendal die foto nog wel heeft

    Beantwoorden
  4. Toen Dolf was overleden hingen mensen ter herinnering een poster over zijn leven in de binnenstad. Die mensen zouden eigenlijk moeten reageren, want ik weet zelf niet meer wat er op stond. Alleen nog dat Dolf zelf, of als tweede generatie slachtoffer was van de holocaust en dat dit de reden was dat hij ging zwerven en niet kon aarden in het reguliere leven.

    Beantwoorden
  5. Die foto’s van Dolf voor Eikendal, dat was een mooie publiciteitsstunt. Er was een portret van hem zoals wij hem kenden, met woeste baard en wilde haardos, met bril waarvan een glas gebarsten was. Daarnaast hing een foto van Dolf, met een prachtig gecoiffuurd kapsel en baard, een dure designbril en strak in ’t pak, hij zou daarin kunnen doorgaan voor museumdirecteur of filmregisseur. De portretten waren gemaakt door mijn baas bij foto Rob Strik, Sytse Andringa. Dolf was reuzetrots op de reportage en kwam regelmatig de fotozaak binnen, al dan niet in gezelschap van een collectie kartonnen kokers die hij door de Hoogstraat voor zich uitrolde. Ik was zeer op hem gesteld.

    Beantwoorden
  6. Ik was nog een kind toen ik Dolf leerde kennen. Hij logeerde een tijdje bij ons in huis in Renkum en hij probeerde de boel op te vrolijken…Hij heeft me een keer meegenomen naar Emmaus en stond erop een nieuwe jas voor mij te kopen. Ik herinner mij hoe hij vaker stunts in de Hoogstraat uitvoerde, zoals op een waterketel fluitje fluiten.
    Ik herinner mij dat hij me altijd goede raad wilde geven, en dat je diepe gesprekken met hem kon voeren. Ik begreep hem niet altijd, maar ik mocht hem graag. Hij had een goed karakter.
    Ik hoop dat ze een keer een straat naar Dolf noemen…

    Beantwoorden
  7. Volgens mij dook hij ergens eind jaren 70 plotseling op in Wageningen. Ik zag ‘m toen regelmatig in café ’t Strand in de Bevrijdingsstraat. Niemand wist waar hij vandaan kwam, hij had een licht Amsterdams accent dus wij dachten dat ie daar ergens vandaan kwam.
    In die tijd liep hij vaak rond met een plastic emmer waarop hij trommelde, soms zag je ‘m fietsen met een lege melkfles balancerend op zijn hoofd.

    Beantwoorden
  8. Het jaar 2019 is het jaar waarin Dolf 80 jaar oud zou zijn geworden, ware het niet dat hij inmiddels al weer 20 jaar geleden is overleden. Tijd voor een korte biografie van deze markante figuur.

    Iedereen die net als ik in de jaren 80 in Wageningen woonde kende Dolf. Een zonderlinge man met het imago van een dorpsgek. Maar als je hem hoorde praten dan wist je meteen dat er achter dat imago ook een intelligent persoon schuil ging. Gekte en genialiteit gaan soms hand in hand, zo ook bij Dolf.

    Aan zijn tongval hoorde je dat Dolf oorspronkelijk niet uit Wageningen kwam. Hij werd geboren in Amsterdam, op 4 mei 1939, als Adolf Bakker. Zijn moeder was Stella Dornfest, een joodse vrouw uit Polen. Ze was opgeleid als zangeres aan het Mozarteum in Salzburg. Als mezzo-sopraan zong ze in een ensemble waarmee ze in de beginmaanden van 1933 door Nederland toerde. Het ensemble werd geroemd om zijn foxtrots en walsen, en Stella om haar solo-zang.

    In 1936 vestigde Stella Dornfest zich in Nederland en vijf maanden later trouwde ze in Amsterdam met Casper Bakker. Dolf’s vader was vertegenwoordiger van beroep, maar zou later ook optreden als zingende tapdanser onder de artiestennaam Chas Boulanger.

    Op 10 mei 1940, nog geen week nadat Dolf zijn eerste verjaardag had gevierd, begon voor ons land de Tweede Wereldoorlog toen Duitsland ons land binnenviel. In november van dat jaar vertrok Stella met haar zoon Dolf naar Zandvoort. Het is niet duidelijk waarom Dolf’s vader niet met hen meeging. Het ging in ieder geval niet goed met het huwelijk van Dolf’s ouders, en ze scheidden in 1942.

    Na haar scheiding van Casper Bakker keerde Stella Dornfest in 1943 samen met Dolf weer terug naar Amsterdam, waar ze in Oud-West gingen wonen. In januari 1946 hertrouwde Stella met de kleermaker Karel Borkent, en in hetzelfde jaar werd Dolf’s halfbroer Eljakin geboren. Eljakin zou later een actieve rol in de Amsterdamse krakersbeweging vervullen.

    Ik weet niet waar ze aan leed, maar in 1960 was Stella’s gezondheid blijkbaar zo ver achteruit gegaan dat ze naar een verzorgingshuis in Beekbergen ging. Ze bleef drie maanden in het verzorgingshuis en keerde toen weer terug naar Amsterdam. Hier overleed ze twee maanden later, slechts 59 jaar oud.

    Toen zijn moeder stierf was Dolf 21 jaar, en zijn halfbroer pas 14. Vier jaar later overleed Dolf’s stiefvader. Zijn echte vader bereikte een hoge leeftijd en overleed pas in 1984, toen Dolf al enkele jaren in Wageningen woonde.

    Dolf kwam in september 1981 naar Wageningen. Hier woonde hij achtereenvolgens in ieder geval in de Veerstraat, aan het 5 Mei Plein, en in de Boterstraat.

    In februari 1999 werd hij opgenomen in de Sinaï kliniek in Amersfoort, een instelling voor Joodse psychiatrische patiënten. Hier overleed hij in mei van hetzelfde jaar, 60 jaar oud.

    Beantwoorden

Plaats een reactie