Eendenkooi Binnenveld

Midden in het Binnenveld ligt een bosje langs de Grift. Als je er langs fietst valt het niet op, pas vanuit de lucht wordt de vorm van een eendenkooi zichtbaar.

Een eendenkooi bestaat uit een plas waar enkele smalle sloten op uitkwamen. In deze vangpijpen, voorzien van rietschermen, kunnen eenden gelokt worden. Om overvliegende eenden te lokken hield de beheerder op de kooiplas een aantal gekortwiekte ‘staleenden’ die hij dagelijks voerde. Die waren gewend aan de kooiker met zijn kooikerhond.

Het geheel van kooiplas en vangpijpen is omgeven door het kooibos. Vaak zijn in deze bossen hakhout en knotbomen te vinden. Eendenkooien zijn vaak omgeven door een sloot en soms is er nog een kooikerhuisje aanwezig. Eendenkooien zijn typisch Nederlandse elementen, ontstaan in de late middeleeuwen. De kooien werden in voorgaande eeuwen aangelegd om wilde eenden te vangen voor consumptie.

Vroeger waren er in het Binnenveld meerdere eendenkooien: op een kaart uit 1655 zijn twee andere ‘vogelkoijen’ ingetekend.

De Grift waar de eendenkooi aan ligt, is een oud kanaal dat al in de 15e eeuw in opdracht van Bisschop David van Utrecht is gegraven. Voluit heet dit water dan ook de ‘Bisschop Davidsgrift’. De belangrijkste reden om het te graven was de turfwinning.

Meer:

Nieuwe Natuur in het Binnenveld / Gelderse Vallei 
Natuurontwikkeling in het Binnenveld

Buurtschap Leeuwen

Leeuwen is een oud buurtschap dat vrijwel geheel is opgegaan in de bebouwing van de stad. Het centrum van de buurtschap, de brink, is ten dele bebouwd met restaurant ‘Het Gesprek’ en wordt gesplitst door de Mansholtlaan (vroeger nog een zandpad, de Lage Steeg).
Ook het met bomen beplante gedeelte op het terrein van studentenflat Hoevestein is een onderdeel van deze brink. De bij de brink behorende kolk ligt nabij restaurant ‘Het Gesprek’, op de hoek met de Bosweg. De Bosweg is één van de oude wegen die naar de akkers van Leeuwen, de Leeuwereng leiden.

De naam Leeuwen zelf is niet meer in het straatbeeld aanwezig; het universiteitsgebouw ‘de Leeuwenborgh’ en algemene begraafplaats Leeuwerenk houden de herinnering levend.

Tussen omstreeks 350 en omstreeks 900 was het grafveld op de hoek van de Geertjesweg en de Diedenweg in gebruik. Vermoedelijk waren de begravenen afkomstig uit de verschillende buurschappen van Wageningen. Andere vroegere buurstachaapen zijn De Peppeld (omgeving Wildekamp, Dolder (rondom de kruising Van Uvenweg/Churchillweg/Dolderstraat), Dolder of Thulere werd al in 838 genoemd, evenals Brakel (hoek van Julianastraat en Van Uvenweg).De verschillende buurschappen waren volgens eenzelfde principe opgebouwd: boerderijen rondom een gezamenlijke agrarische gebruiksruimte (brink)

Meer: Buurtschap Leeuwen Wageningen

 

Molen de Vlijt

Aan de Harnjesweg in Wageningen staat al meer dan 100 jaar molen De Vlijt (1879). et is een stellingmolen of hoge windmolen. De molen staat op een hoge stenen voet want anders zou hij in de bebouwde kom te weinig wind vangen.

Door gebruik te maken van de wind wordt de maalsteen in beweging gebracht. Voor het malen van het graan zijn twee stenen nodig. De onderste steen, de ligger, ligt vast en de bovenste steen de maalsteen, ook wel de loper genoemd, draait rond. Het graan wordt zo vermalen tussen de twee grote molenstenen. Molenstenen kunnen wel meer dan 1000 kg wegen.

De molen heeft een geschiedenis met ups en downs gekend. In de begin jaren werden er voornamelijk granen gemalen die dienst deden als veevoer. Er kwamen steeds minder boeren en noodgedwongen moest er worden omgezien naar andere inkomsten. In de oorlog werd de molen flink beschadigd maar in de jaren daarna toch weer opgebouwd. In 1972 kocht de gemeente Wageningen de molen en werd er na verloop van tijd met Hans Dobbe een gepassioneerd molenaar aangetrokken. In een tijdspanne van meer dan 30 jaar zette hij de molen en het ambacht van molenaar weer stevig op de kaart. De Wageningse molen is inmiddels een van de grotere ambachtelijk molenbedrijven in Nederland waar uitsluitend biologisch geteelde granen worden gemalen.

Meer: 
Molen de Vlijt
Molenmarkt 

De Wageningse Eng

Eng Wageningen

De Wageningse eng ligt tussen de bebouwde kom van Wageningen, Bennekom en de Veluwse bossen. Het is een eeuwenoud cultuurlandschap. Er wordt al meer dan duizend jaar landbouw op bedreven. Het is begonnen met kleine akkertjes, die eigenlijk steeds groter zijn geworden. Rond 800 kwamen de eerste nederzettingen, zoals De Peppel, Leeuwen, Dolder en Brakel. Van de Wageningse eng is nog een klein oostelijk deel over, het overige deel is nagenoeg vol gebouwd.

Vroeger werden er op de eng verschillende gewassen geteeld, waaronder rogge, aardappels en tabak. Tegenwoordig biedt de eng ruimte aan verschillende functies zoals paarden- en schapenweitjes, een aantal tuinderijen en heel veel volkstuinen. Ook wordt op verschillende plekken weer oude granen verbouwd voor het brouwen van speciale lokale biertjes.

Veel historische patronen van oude paden en verkavelingsstructuren zijn nog herkenbaar aanwezig. De van oost naar west lopende oude veedriften; de huidige Geertjesweg en Dolderstraat, de blokverkaveling en de oude wildwal langs de Zoomweg.

Grafheuvels


Op de Wageningse berg, aan weerzijden van de Ritzema Bosweg, liggen een aantal opvallende heuvels: grafheuvels die vanaf ca. 2500 v. Chr. zijn opgeworpen.

Archeologische vondsten tonen aan dat Wageningen al heel lang bewoond is. Op verschillende plekken zijn voorwerpen uit de Bronstijd (1500 v. Chr.) en de Vroege IJzertijd (800 tot 500 v. Chr.) gevonden.
Wageningen telt 11 zichtbare grafheuvels. De liggen op de Wageningse Berg, en stammen uit het neolithicum, de bronstijd en mogelijk ook uit de ijzertijd. Naast 11 zichtbare heuvels, zijn er ook restanten van 4 grafheuvels gevonden. De 11 zichtbare heuvels hebben de status van rijksmonument.

De grafheuvels duiden op de aanwezigheid van het klokbekervolk. Vaak liggen ze als een groep bij elkaar. De overledene werd met het hoofd naar het zuiden en met het gezicht naar het oosten begraven. Dit kan wijzen op een wereldbeeld waarin de zon centraal stond.
De klokbekercultuur is een archeologische cultuur uit het late Neolithicum (ca. 2500 – 2000 voor Christus). Deze cultuur is vernoemd naar het aardewerk met een S-vormige contour.

De grafheuvels zijn de afgelopen eeuwen verschillende keren onderzocht. In Museum de Casteelse Poort een aantal van de vondsten te zien.

Meer:

Overzicht van de Wageningse grafheuvels 
Eerste bewoning van Wageningen
Grafheuvels in Wageningen