Kapel op de Westberg


Op een enigszins verborgen plekje op de Wageningse Berg, tussen de Holleweg en de Westbergweg ligt de oorsprong van Wageningen. Naast het grafmonument van Baron Constant Rebecque zijn resten te zien van een kapel. Alleen de twee westelijke hoeken van de kapel zijn nog zichtbaar.

Rond de 10e eeuw moet op de Westberg een nederzetting hebben gelegen. Toen in de dertiende eeuw in het centrum van het nieuwe Wageningen een kerk werd gebouwd, verloor de kapel zijn functie. Wel bleef deze heel lang een religieuze functie behouden. Tot omstreeks 1600 liepen Wageningers met St. Jan vanuit de stad in processie naar de kapel op de Westberg (zie kaartje). Een verbod daarop maakte er tijdens de Reformatie een einde aan.
Bij de viering van 750 jaar stadsrechten in 2013, blies muziekgroep Madlot met de St. Janstocht deze processie weer nieuw leven in.

Het grafmonument van de familie De Constant De Rebecque staat ongeveer ter plaatse van het koor van de oorspronkelijke kapel. Een tekst op het grafmonument verwijst naar de legende van het brandende wagenwiel. Volgens deze tekst voorspelden de priesteressen hier de toekomst door een brandend wagenwiel in een nog steeds bestaande gleuf (de Holle Weg) te rollen. Bleef het wiel tot beneden overeind, dan voorspelde dit een goed jaar of een goede afloop van de oorlog.

Meer:

Een Wageningse mythe: een verhaal vol feiten en fictie
Het mysterie van de Westberg
Geschiedenis Westberg
Sint Janstocht Wageningen

De Holleweg

Een weg met een gemiddeld stijgingspercentage van ongeveer 9%, die een bergwand doorsnijdt, dat verwacht je niet snel tegen te komen anders dan in Zuid-Limburg, de Holleweg in Wageningen is toch echt die fikse kuitenbijter! De meeste hollewegen komen weliswaar voor in het Zuid-Limburgse heuvellandschap maar in het Gelderse Stuwwallenlandschap vindt je ze ook. Het zijn veelal wegen met aan beide zijden steile wanden die al dan niet begroeid zijn.

De Holleweg in Wageningen is onderdeel geweest van een prehistorische route die de Betuwe verbond met de Veluwe. Bij het huidige Lexkesveer was een zogenaamde voorde een doorwaadbare plaats waar de rivier kon worden overgestoken.

Holle wegen zijn bijzonder omdat er door hun verzonken ligging een microklimaat heerst. Er is weinig wind, het is er schaduwrijk en vochtig en in de zomer lekker koel en dat biedt voor veel dieren en planten een uitstekende leefomgeving.

 

 

Mijn geboortehuis

Mijn grootvader werkte als chef proefvelden bij de Landbouw Hogeschool Wageningen. Deze woning was een bedrijfspand met een grote tuin. Recht tegenover de woning is nog altijd een bruggetje, dat vroeger afgesloten was en toegang gaf tot een grote tuin achter het hoofdgebouw van de Landbouw Hogeschool. Opa had de sleutel en als kind speelden wij daar vaak. Nu is deze brug vrij toegankelijk en loop je zo via Basse Cour en Salverdaplein het centrum van de stad in.

door: Harry Driever

Kraakpand Tien Zilverlingen

Voormalig 10Z op De Markt in 2016

De Tien Zilverlingen – vaak aangeduid als ‘10Z’ – was in de jaren 80 het bekendste kraakpand van Wageningen. Het werd in 1981 gekraakt uit protest tegen de woningnood en de krakers stortten zich op de strijd tegen de vastgoedspeculatie. Vastgoedspeculatie was een praktijk waarbij malafide huiseigenaren systematisch B.V.’s  failliet lieten gaan om geld naar hun eigen rekening door te sluizen en tegelijk panden te laten verkrotten in leegstand. Tien Zilverlingen was vier jaar lang het hart van de kraakbeweging in Wageningen. Op 28 januari 1985 werd Tien Zilverlingen ontruimd door de Mobiele Eenheid.

Een centrum voor politiek-kulturele aktiviteiten

De leegstand van het kenmerkende hoekpand aan de Markt en de Hoogstraat in Wageningen was voor velen al anderhalf jaar een doorn in het oog. Ook voor de ‘krakers en krakersters’ [sic] in Wageningen die al sinds de jaren 70 strijd voerden tegen de woningnood. Op 28 februari 1981 kraakten 40 mensen het pand en gingen direct over tot het barricaderen van alle deuren en ramen. [1] Nu was dat wel gebruikelijk bij een kraak, maar dit keer was het niet zo zeer uit vrees voor een ontruiming door politie, maar omdat de eigenaar, een beruchte vastgoedspeculant uit Arnhem met de naam Spruyt, er om bekend stond het recht in eigen hand te nemen en illegale knokploegen op krakers af te sturen.  

In de jaren die volgden ontwikkelden de krakers het pand tot een woon-werk-centrum  – de gouden kreet in tijd ­– waar zij politiek-kulturele aktiviteiten ontplooiden. De 10Z huisde na een interne verbouwing 14 krakers in 3 woongroepen.  Er was een winkel in milieuvriendelijke verf met de naam  ‘Het Zonnewiel’, een kinderdagverblijf en een winkel-werkplaats voor vrouwen waar zelfgemaakte kleding werd verkocht. Ook organiseerden de bewoners verschillende festivals met muziek; toegankelijk voor iedereen. In de beleving van veel Wageningers was Tien Zilverlingen in die tijd het bruisende culturele hart van de stad. Het kraakpand was een inspirerende bron van burgerinitiatief  in een periode dat Nederland diep te lijden had onder economische crisis met hoge werkeloosheid, angst voor nucleaire oorlog en een onzeker toekomstperspectief voor jongeren. 

Het BV-WEB van Spruyt in kaart gebracht door 10Z.

De strijd tegen het Spruyt-imperium

In de eerste twee jaar van de kraak was de gemeente het kraakpand weinig goed gezind. De opvattingen over het belang van de culturele functie van het kraakpand werden niet gedeeld. Dit veranderde na een bestuurswissel bij de gemeente in 1982 die leidde tot een meer progressieve gemeenteraad en college en omdat de krakers steeds maar bleven wijzen op de in hun ogen malafide vastgoedconstructies en faillissementen van de eigenaar. Naar deze constructies en faillissementen deden de krakers zelf intensief onderzoek en publiceerden vervolgens hun analyse in zelfgedrukte boekjes (zie bronnen onderaan de pagina). Deze boekjes geven een  inzicht in hoe in hun opvatting vastgoedhandelaar Harry Spruyt, met hulp van notaris J. G. Muller systematisch de boel belazerde in een netwerk van nep-bedrijfjes (B.V.’s ) dat steeds bezittingen en schulden naar elkaar doorsluisde en dan bewust B.V.’s failliet lieten gaan. Zo draaiden anderen op voor de schade, d.w.z. vooral de fiscus, de maatschappij en de bewoners. Het ‘BV-imperium’ van Spruyt was landelijk zo berucht dat het zelfs tot vragen leidde in de Tweede Kamer.[2]

Een anekdote over dit eigen onderzoek vertelt over een bijzonder gedurfde en geslaagde actie, waarbij een van de krakers op een dag soepeltjes ongemerkt het kantoor van notaris Muller binnenliep en diens zakelijke agenda weggriste van het bureau van de secretaresse. Met die agenda konden de krakers aantonen dat Muller en Spruyt onderling relaties onderhielden en dat ook curator Husson hiervan op de hoogte was toe hij panden uit een failliete boedel van een van de BV’s van Spruyt terug verkocht aan Muller. Deze informatie bracht Husson enigszins in verlegenheid wat de ontruiming van Tien Zilverlingen enige tijd zou vertragen in het voordeel van de krakers. Tenminste, zo dachten de krakers er over: we hebben Husson zelf nog niet om zijn mening gevraagd.

Ook de Nederlandse Middenstandsbank (NMB) vervulde volgens de krakers een dubieuze rol door steeds weer geld te blijven lenen aan Spruyt en Muller voor nieuwe constructies. In hun laatste publicatie ‘Tien Zilverlingen Het Testament’ uit 1985 beschuldigen de krakers voluit de NMB als de primaire financier van speculanten. Ook gaven zij de folder ‘Het vergeten hoofdstuk’ over speculatie uit toen de NMB in 1984 het boek ‘Geld door de eeuwen heen’ publiceerde.

Door al deze informatie had de gemeente inmiddels haar opvatting ten voordele van de krakers gewijzigd en deed pogingen om Tien Zilverlingen uit de handen van de speculanten te redden door het te vorderen, of zelf te kopen. Dit initiatief kwam echter te laat van de grond en was niet meer doorslaggevend. Via weer een nieuwe constructie was Tien Zilverlingen in 1983 al in handen van Alim B.V. te Amsterdam gekomen, een verkoop die er vermoedelijk enkel op gericht was om de burgemeester van Wageningen tot ontruiming te dwingen via een juridische truc, de zogeheten Huidenstraattruc . In deze truc verkocht een eigenaar een pand met de belofte het leeg op te leveren, wetend dat dit door de krakers niet kon. De nieuwe eigenaar kon dan via de rechter een ontruiming afdwingen, zonder dat de bewoner gedagvaard hoefden worden. De truc heet zo omdat hij in de Huidenstraat in Amsterdam voor het eerst werd toegepast.

In december 1984 verloor de gemeente haar strijd en moest de burgemeester de politie inderdaad opdragen de ontruiming in gang te zetten voor 1 februari 1985. De krakers konden niet veel meer doen dat zich voorbereiden op massaal geweldloos verzet (zie afbeelding

Ontruiming

Het gevoel van onrecht over deze uitkomst was ongetwijfeld groot bij de krakers. De gemeente kreeg echter door alle recente inspanningen van hen het voordeel van de twijfel en de boosheid richtte zich op de NMB-bank en op Muller, wiens kantoor eerder al bij een actie samen met Nijmeegse krakers werd zwart geschilderd (vermoedelijk al in 1983). De NMB was mikpunt, omdat deze volgens de krakers op dubieuze wijze profiteerde  van de speculatie in het Spruyt-Muller netwerk. De bank kon dus best even uit die winst de ontbrekende 200.000 gulden opbrengen die nodig waren om Tien Zilverlingen voor Wageningen te redden, vonden de krakers. De gemeente zou met dat geld voldoende aanvullende middelen hebben het pand, nog vóór de ontruiming te kopen.

De NMB wilde niet echter meewerken en de krakers namen daarom hun toevlucht tot een extremere actie. ‘Waar recht, onrecht wordt, wordt verzet een plicht’ zeiden de krakers al eens in een krantje. Niet lang daarna werden door de Nederlandse kraakbeweging bij vijftien NMB-filialen ruiten ingegooid en leuzen aangebracht, een actie die waarschijnlijk breed vanuit de landelijke kraakbeweging werd gedragen vanuit verschillende steden. De NMB deed hierop aangifte van afpersing, maar zover ons bekend zijn er nooit Wageningers aangeklaagd.

In januari 1985 bereidde de gemeente op last van de rechter de ontruiming voor. De bewoners maakten zich klaar voor hun geweldloos verzet en verspreidden een alarmlijst met instructies voor wie wilde helpen blokkeren. In de vroege ochtend van 28 januari haastte o.a. Wim de Vos zich naar de Tien Zilverlingen om nog binnen te zijn voordat de deur daar definitief op slot zou gaan vóór de ontruiming. De Vos: “De straten waren uitgestorven, maar halverwege de Hoogstraat stond één man in een lange regenjas zogenaamd een vitrine te bestuderen. Ha, ik moest wel lachen. Alles aan die vent wees erop dat het een ‘stille’ was, een undercoveragent met een slechte vermomming die alvast de situatie kwam beoordelen. ”

Ontruiming van 10Z op 28 januari 1985. Let op de toeschouwers links (Foto met dank aan Izak Mauritz).

Verder bleef het op straat rustig, maar om 10.00 uur begon de politie De Markt af te zetten en reden politiebusjes tot vóór de Tien Zilverlingen. De huisfotograaf van de politie installeerde zich in de kerktoren op de Markt en heeft de beste plek, maar het commando van de actie bevond zich gewoon op bureau Rustenburg, een kilometer verderop. Binnen in 10Z hadden zich (volgens de kranten) meer 200 krakers en sympathisanten verzameld en de eerste verdieping van binnenuit gebarricadeerd met stalen buizen en beton.[3]

Desondanks kwam de politie toch snel binnen. Hoewel er vooraf kennelijk wel wat verf gegooid was vanaf het dak of uit de ramen, gebruikten de krakers zoals onderling afgesproken geen geweld toen de politie eenmaal binnen was.  Op de eerste verdieping trof de Mobiele Eenheid een groepje dansende kraaksters aan, die volledig opgingen in etherische muziek. “Wij hadden besloten ons niks van de politie aan te trekken en gewoon onverstoorbaar te doen wat we in die tijd ‘trance dance’ noemden”, vertelde Barbara van Koppen in 2015. “Dat hebben we volgehouden tot we als het ware ontwaakten en omringd bleken te zijn door zwarte gehelmde ME’ers, die met een brede grijns en armen over elkaar geamuseerd stonden toe te kijken. Daarna zijn we geweldloos naar buiten geleid.”

De ontruiming duurde vier uur en er werden slechts een paar arrestaties verricht. Na het vertrek van de politie stortten enkele achterblijvers zich helaas op de winkelpuien van middenstanders in de Hoogstraat. De (anonieme) 10Z sympathisanten die we in 2016 spraken, waren duidelijk over hun opvatting hierover: “Dat geweld kwam niet uit de Tien Zilverlingengroep en was voor ons onacceptabel.”  

Ten slotte

Tien Zilverlingen was in meerdere opzichten een uitzonderlijk kraakpand. Het was op de eerste plaats het meest bekende Wageningse kraakpand en haalde geregeld de landelijke media. Het was ook het pand waar, volgens andere krakers althans, de grootste idealisten zaten met de grootste toekomstplannen en de grootste gedrevenheid om indien nodig tot actie over te gaan als de rechtvaardigheid in het geding kwam. Vanuit Tien Zilverlingen werd – zo werd ons herhaaldelijk gezegd, maar dit is nog niet bevestigd van binnenuit  – ook contact onderhouden met het veel grotere en radicalere krakend Amsterdam en de Pierson straat in Nijmegen. Een andere reden waarom het kraakpand opvalt tussen alle panden die we voor de Wageningse Barricaden onderzochten, is dat op één na alle voormalig bewoners die we tot nu toe probeerden te spreken dit verzoek resoluut afwezen.[4] “Ik vind het belangrijk dat er over die periode meer wordt gesproken en geschreven”, zei een van hen, “maar ik ben niet degene die je het allemaal gaat vertellen.”  Het verhaal hierboven is dus helaas tot stand gekomen met als bronnen slechts de boekjes van de Ten Zilverlingen zelf uit 1981-1985 en  slechts her en der een enkele opmerking van een omstander die wel wat wilde vertellen, of iemand die alleen binnen was tijdens de ontruiming.

De Tien Zilverlingen ging voor Wageningen verloren als Politiek-Cultureel Centrum. De bewoners gaven in januari 1985 nog wel een laatste drukwerkje uit (het al eerder vermelde ‘Het Testament’) met het hele verhaal van de verloren strijd. Toen in 1984 duidelijk werd dat 10Z niet te behouden viel, probeerde de Wageningse kraakbeweging bij wijze van compensatie het pakhuis ‘America’ aan de Veerweg te kraken, maar deze kraak mislukte omdat de gemeente direct ingreep. Andere voormalige krakers van 10Z raakten betrokken bij de oprichting van ‘De Wilde Wereld’ in de voormalige-  en eveneens leegstaande Meisjesschool aan de Burgstraat. ‘De Wilde Wereld’ werd, naast een kleinschalig  theater ook het kantoor van het Politiek Infocentrum, en het trefpunt voor de Homogroep Wageningen en bestaat nog steeds. Zo blijft de erfenis van Tien Zilverlingen tot op de dag van vandaag nog steeds actueel. 

Kaart

Route berekenenExporteer als KML voor Google Earth/Google MapsOpen standalone kaart in volledige scherm modusMaak een QR code afbeelding voor een stand-alone kaart in volledige scherm modusExporteer als GeoJSONExporteer als GeoRSS
Kraakpand Tien Zilverlingen

kaart is aan het laden - een ogenblik geduld aub...

Kraakpand Tien Zilverlingen 51.964779, 5.661811 Kraakpand Tien Zilverlingen[caption id=\"attachment_2062\" align=\"alignnone\" width=\"300\"] Voormalig 10Z op De Markt in 2016[/caption]Tien Zilverlingen was een kraakpand aan de markt in Wageningen.Het werd gekraakt op 28 februari 1981 en ontruimd door de Mobiele Eenheid op 28 januari 1985.De Tien Zilverlingen was het bekendste kraakpand in Wageningen, dat tot in Den Haag bekend werd om zijn strijd tegen de speculanten.Klik hier voor meer informatie over dit kraakpand, verzameld voor het project Wageningse Barricaden.Wageningen, Nederland (Route)

Bronnen (onder andere):

  • Tien Zilverlingen gevangen in BV-WEB, 1983
  • De Lastpost, propagandablaadje van de Wageningse Woningzoekenden, 1984 (met dank aan Peter Keet)
  • Tien Zilverlingen ‘Het Testament’ – 1985

Voetnoten

[1] http://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=Tien+zilverlingen&coll=ddd&maxperpage=10&identifier=ddd%3A011008174%3Ampeg21%3Aa0054&resultsidentifier=ddd%3A011008174%3Ampeg21%3Aa0054

[2] Aanhangsel Tweede Kamer der Staten Generaal, zittingsjaar 1980-1981 nummer 422

[3]  Het Vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad, 28-01-1985

[4] Drie van de vier mensen zei direct ‘nee’, de vierde zei ‘ja’, maar kon zich er weinig van herinneren.

 

Noot tot slot: deze tekst over 10Z is in 2017 geschreven in het kader van project Wageningse Barricaden en vervangt de eerdere tekst op deze plek. De reacties hieronder van vóór 2017 zijn dus ook een reactie op de eerdere, zeer sumiere tekst.

Boerderij De Born

Op de overgang van droog naar nat hebben boeren zich in de middeleeuwen gevestigd in een sliert van brinken en buurten, van Oud-Wageningen aan de Rijn over Dolder, Leeuwen, Peppeld, Nergena, Kraats, Bennekom, Manen, etc. (Steenbergen et al 1985).

De Dijkstoel van het Polderdistrict Wageningen en Bennekom, één van de oudste waterschappen in de Gelderse Vallei, opgericht in 1356, groef de Dijkgraaf als aquaduct van de Nergenase beek naar de stadsgracht en richtte acht polders in door stegen en sloten te trekken parallel met en dwars op de Dijkgraaf om de weilanden productiever en toegankelijker te maken.

De oost-west gelegen stegen waren veedriften, waarlangs het vee ’s morgens en ’s avonds geleid werd tussen graasgronden en de brink waar ze overnachtten en beschermd waren tegen de wilde dieren. Droevendaalse en Kielekamp/Plassteeg waren zulke veedriften, vaak met zwarte elzen langs de sprengbeken erlangs. Schapen en bevers vinden deze niet zo lekker, wellicht de oorsprong van elzenbroek.

De Kielekampsesteeg ligt nog net op grondgebied Wageningen, terwijl er Bennekommers wonen, nl. in de Bornse buurt. Het lijkt erop dat de Frankische Wageningers iets meer in de pap te brokken hadden over de gemeentegrenzen dan de Saksische Bennekommers. De Kierkamp was een hof dat lag in 1656 op de hoek van Achterstraat en Kierkamperweg. In 1752 heette het Kerkekamp. Het verspringen van ‘Kielekamp’ naar ‘Kierkamp’ wijst wellicht op deze taalgrens.

Kielekampsteeg 1 is de enige overblijvende boerderij van het buurtschap ‘De Born’. Born is Middelnederlands voor bron, en ‘bornewech’ is een weg waarlangs water wordt aangevoerd (Kostersteen nr 67). De Bornse buurt telt een viertal boerderijen op de kaart van Frederik Beijerinck, 1752, tevens op de kruising met de Bornsesteeg. De Bornsesteeg was trouwens een eikendreef die recht naar Kasteel Nergena liep. Op een kaart van Nicolaes van Geelkercken uit 1656 voerden A. C. van den Born c.s. van buurtschap De Born een proces bij het Hof van Gelre en Zutphen tegen Jonker Timan Sloot (Sloet), die op landgoed Boekelo woonde en de weg naar het centrum (huidige Kierkamperweg) had afgesloten met een hek, terwijl die van De Born vanouds een lijkweg gebruikten die over het landgoed liep. Dit geeft aan dat de Bornse buurt op Bennekom was gericht en al bestond begin 17e eeuw en wellicht al vanaf het inrichten van de polders begin 14e eeuw.

Boerderij De Born is in 1993 aangewezen als gemeentelijk monument nr. 0289/183. In bijgaande ‘redengevende omschrijving’ worden de sierankers ‘1872’ in de achtergevel vermeld. In dat jaar is die achtergevel opgetrokken of vernieuwd, maar op de Kadastrale Atlas van 1832 stond de boerderij al aangegeven en dat is ook het geval voor de kaart van Frederik Beijerinck uit 1752 en de kaart van van Geelkercken uit 1656.

Als oudste gebouw op Wageningen Campus, meer dan zeven eeuwen oud, is het kostbaar erfgoed, samen met de sprengbeken en de aquaduct die de Dijkgraaf feitelijk is.
Boerderij De Born staat op de gronden die door de Gemeente indertijd voor een symbolische gulden ter beschikking zijn gesteld van het Rijk voor Rijkslandbouwinstituten. Het kadastraal perceel Wageningen B 10476 bestrijkt 4,8 ha en is eigendom van Stichting Wageningen Research, het voormalige DLO, die er echter geen gebouwnummer aan heeft toegekend. Het zou geen gek idee zijn er een Informatiecentrum voor Landbouwgeschiedenis in onder te brengen, gezien de rijke geschiedenis van de hele omgeving daar.

Uittreksel kadastrale kaart met omgevingskaart Kielekampsteeg 1 »

Bovendijkgraafse polders Wageningen – kaart 1752 met lijsten eigenaren Frederik Beijerinck »

Redengevende omschrijving van gemeentelijk monument boerderij De Born, KIELEKAMPSTEEG 1 – 1993 »